Om te onthouden

Om te onthouden

Interview 2023
Afscheid 29 april 2026. 350 woorden
De viool, april 2000. 391 woorden

Interview van Afke Pricker https://www.prickerproducties.nl/over-pricker-producties/
ter gelegenheid van de presentatie van Vandaag was ik even onder water, op 23 maart 2023. Interview gehouden in de Deventer Bibliotheek aan de Stroomarkt

Zijn ogen glinsteren. Alsof hij een film voor zich ziet, vertelt Erik R. Noorman beeldend over de belevenissen en gedachten van Frits-Jan van Drimmelen. Het is de hoofdpersoon in zijn debuutroman ‘Vandaag was ik even onder water’ die op 3 maart 2023 gepresenteerd wordt in Boekhandel Praamstra te Deventer.

EMOTIONELE GEVANGENSCHAP

Ik bespeur ontroering in zijn surrealistische beschrijvingen en vraag naar zijn inspiratiebron. “Er zit iets in mij dat ik mijn creativiteit alle ruimte kan geven en de werkelijkheid kan loslaten. Ongetwijfeld heeft dat te maken met gebeurtenissen in mijn leven. Al toen ik jong was, gaf mijn fantasie mij vrijheid en geluk. Ik groeide op in een emotionele gevangenschap door de verschrikkelijke ervaringen van mijn vader, die werkte aan de Burma spoorlijn, en een moeder die het jappenkamp overleefde.”

CREATIVITEIT
Toen hij nog werkte als directeur openbare werken in een Brabantse gemeente, beleefde hij plezier aan het zo helder mogelijk schrijven van raadsvoorstellen. Zijn creativiteit kon hij kwijt in het maken van speelgoed voor de kinderen en later in potten bakken, glas in lood maken en gedichten schrijven. Hij bouwde eerst zijn eigen huis en daarna een huis voor zijn vader.

SPIRITUALITEIT
Steeds meer kreeg hij belangstelling voor theosofie en startte een opleiding bij de School voor Spiritualiteit. Na het afronden van zijn studie begeleidde hij groepen mensen die zochten naar hun eigen geestelijke weg. “Dit was een bijzonder geestverruimende periode waaruit ik veel inspiratie putte”, vertelt Erik.

BUITEN DE WERKELIJKHEID
Zijn ogen richten zich op zijn kersverse boek met een intrigerende cover; een schilderij van beeldend kunstenaar Margot Olde Loohuis. Alsof hij even niet in de werkelijkheid van dit moment is, alsof hij zichzelf onder water bevindt, ziet hij een van de personages uit het boek voor zich, de concertpianiste Mia-Louise. In kleurrijke bewoordingen beschrijft hij de wonderbaarlijke totstandkoming van de liefde tussen haar en zijn hoofdpersoon, over een kennismaking op het Vlielandse strand met twee moeders die moeite hebben met het opzetten van een tent en over een buurmeisje dat via een vindsteen in contact komt met Frits-Jan van Drimmelen. Het gedrag van een kat die daarbij een rol speelt, geeft hij nauwkeurig weer.

HOUVAST
Erik beschrijft hoe zijn fantasie werkt: “Vergelijk het met een spin die een web bouwt. Er is een punt, de draad gaat ergens heen en vindt houvast dat stevig genoeg is om van daaruit verder te gaan. Volgens Frits-Jan kun je creativiteit zo zien. Vanuit het startpunt, belandt de spin gedachteloos op een blaadje en ervaart dat het gemaakte leidt tot zijn broodwinning.”

DEVENTER
In 2014 verhuisde Erik naar Deventer, de stad waar hij zijn creativiteit verder ontplooide, waar hij mensen ontmoette die hem inspireren en waar hij op straat verhalen vond. Hij volgt schilderlessen bij Judith Veldhoen, schrijfcursussen bij het schrijfcafé van Petra Kremer en sloot zich aan bij Deventer literair.
‘Vandaag was ik even onder water’ is een roman in verhalen. In 2019 kwam zijn dichtbundel Wind&Steen uit.

De viool. 415 woorden

Door de bril die zijn halfgesloten ogen iets verkleinde, kijkt de man strak naar zijn linkerhand waarin noestig en in losvast klemmen de hals rust van de viool die hij uit Californië meenam naar huis. Zijn onderlip gespannen onder zijn snor. Wenkbrauwen licht omhoog. Haar dat vochtig links en rechts tegen zijn slapen plakt. De kinsteun op het corpus steunt tegen de halflange grijswitte baard. Voor deze dag trok hij een overhemd aan met een stropdas waarvan de zachtrode zijde verdwijnt in een mouwloos vest dat donker afsteekt tegen zijn lichte hemd, waarvan de mouw iets omlaag zakte langs zijn smalle onderarm waar de zachtblauwe aderen overheen lopen. Zijn vingers klemmen de snaren strak tegen de hals. De brazielhouten strijkstok in zijn rechterhand klaar om de snaren vanaf de eerste aanstrijk tot leven te wekken.
De donkerbruine krul is net zichtbaar tegen de zwarte trui van de vrouw achter hem. Ze heeft zijn trekken. Haar grijsblonde haar ligt met een zilveren glans strak over haar hoofd dat zich naar de man toebuigt, haar gezicht met een uitdrukking alsof zij de tonen in haar herinnering meebeleeft. Haar rechterhand rust op zijn schouder, haar linkerhand, alleen de nagels van duim en wijsvinger gelakt in vermiljoenrood, op de schouder van de jongen tegenover die zijn haar strak achterovergekamd draagt bij elkaar gebonden in de nek.
Hij houdt ongemerkt zijn adem in, alsof hij dit moment wil fixeren. Zijn ogen, strak op het gezicht van de oudere man, hebben de zachte ontvankelijkheid van het eerste morgenlicht dat weerkaatst op een dun laagje water dat langzaam sijpelt over een platte steen. Ga door, wil hij zeggen want zolang jij speelt ga ik niet weg. Als de viool omlaag zakt zal ik je steunen, mijn hand onder je elleboog zodat je blijft spelen.
Hij vergeet dat de man langzaam zijn kracht verliest in zijn pols, zijn vingers stram worden, zijn ademhaling korter. Hij wil niet horen dat de tonen minder zuiver gaan klinken, de aanzet zwakker wordt. Hij ziet alleen de oude man die alles geeft wat in hem is. De ogen van de vrouw zijn vochtig. De jonge man tilt zijn hand iets te hoog op waardoor de strijkstok uitglijdt over de snaren. ’Het is genoeg zo,’ zegt de man en legt de viool terug op tafel.
Erik R. Noorman, april 2000